Naar inhoud

Station

Spoorwegstation

Tot voor enkele decennia was Dendermonde een belangrijk spoorwegknooppunt. Sindsdien werden in dit ooit zo fijnmazige net diepe wonden geslagen ten gevolge van een steeds grotere drang naar rationalisering. Toch blijft Dendermonde, waar dagelijks meer dan 5000 reizigers de trein nemen, één van de drukste stations van Oost-Vlaanderen.

 

Spoorlijnen

Op 2 januari 1837 werd de spoorlijn Mechelen-Dendermonde als derde tracé van ons nationaal spoorwegnet in gebruik genomen. Het betrof het eerste deel van de westerlijn, die Mechelen met Oostende zou verbinden. Deze lijn, met een lengte van 26.500 meter, werd in 16 maand gerealiseerd. Koning Leopold I woonde op 2 januari 1837 de aankomst van de eerste drie treinen bij te Dendermonde, waar men drie dagen feest vierde en zelfs het Ros Beiaard van stal haalde. Op 28 september 1837 werd ook de lijn Dendermonde-Gent in gebruik genomen. Vanaf 1844 liet de Belgische Staat de uitbreiding van het bestaande net over aan privé-investeerders.

 

De lijn Dendermonde-Puurs (in 1982-83 door de N.M.B.S. buiten gebruik gesteld) wordt sedert 1987 met historisch materieel verder uitgebaat door de Belgische Vrienden van de Stoomlokomotief v.z.w.

 

Kort na de Eerste Wereldoorlog ontstonden er wel plannen voor een buurtspoorweg Antwerpen-Dendermonde-Brussel. Het waren uiteindelijk privé-bedrijven die in de twintiger en dertiger jaren met een autobus de lijnen Dendermonde-Asse en Dendermonde–Buggenhout gingen uitbaten. Pas na het einde van de Tweede Wereldoorlog nam de N.M.B.V. het initiatief, hierin later gestimuleerd door het afschaffen van enkele spoorlijnen. Op dit ogenblik is het ‘De Lijn’ die de uitbating van een net van autobuslijnen in goede banen tracht te leiden.

 

De stations en hun omgeving

De spoorweg bracht een ganse reeks nieuwe gebouwen met zich mee: stations, seinhuizen, wachthuisjes, loodsen en andere dienstgebouwen. Ook in het Dendermondse bleef er een gevarieerd aanbod van stationsarchitectuur bewaard uit de periode 1849 (Dendermonde) tot 1969 (Baasrode-Noord). Beide stations, nu verbonden door de stoomspoorlijn van B.V.S., overspannen dus samen 120 jaar spoorgeschiedenis!

Het eerste houten stationsgebouw (1837) van Dendermonde, bestond uit een centraal ontvangstgebouw met aan beide zijden een wachtzaal en een bagagedepot. Als stationsinfrastructuur had men verder een houten wachthuisje, een loods voor de goederendienst, een bakstenen locomotievenloods en een draaischijf. In 1849 werd dit eerste stationsgebouw door een streng klassicistisch gebouw vervangen, vermoedelijk naar een ontwerp van de bekende architect Auguste Payen (1801-1877). Het bleef als bij wonder bewaard, doch onderging in 1928-29 wel enkele wijzigingen. Op de verdieping woonde de stationschef.

Toen Dendermonde zich tegen het einde van de zeventiger jaren tot een druk spoorwegknooppunt (in 1880 stopten er 33.945 treinen) had ontwikkeld, werden er opnieuw plannen gemaakt om de kapaciteit van de infrastructuur te vergroten. Dit nieuwe station (1880-1881) bestond uit een ruim houten stationsgebouw, een grote goederenloods en een verhoogde en overdekte laadvloer. Aangezien de verbinding tussen het centrum en het station nog steeds over twee smalle vestingbruggen liep, deed het stadsbestuur jarenlang pogingen om een rechtstreekse verbinding doorheen de vestingen te mogen aanleggen. Het ‘Departement van Oorlog’ hield het been echter stijf, zodat men pas na 1907-08 aan de slag kon. Langs de noordzijde van het Stationsplein (1881) trokken particulieren tussen 1881 en 1890 een reeks mooie houten huizen op. Het waren hoofdzakelijk herbergen en hotel-restaurants, afgestemd op een reizigerspubliek. In 1883 werd de gasverlichting doorgetrokken tot het station en in 1901 de elektrische verlichting. Pas in 1910-11 ging men uiteindelijk over tot de aanleg van een tunnel voor reizigers en het oprichten van metalen perronoverkappingen en schuilplaatsen op de kaaien.

In de periode tussen beide Wereldoorlogen zag men af van een groots herinrichtingsplan voor het station, met uitzondering van enkele moderniseringswerken. In 1940 werd het houten stationsgebouw in opdracht van de stationschef in brand gestoken, zodat het in 1942-43 diende vervangen te worden door het huidige gebouw van de Brusselse architecten Van Kriekinge. De Houten locomotievenloods werd in 1944 door terugtrekkende Duitse troepen in brand gestoken. In de vijftiger jaren kwamen de Stationsstraat en het Stadspark tot stand. Het Stationsplein werd opgehoogd (1954) en er kwam een nieuwe goederenloods (1961). Op een gedeelte van het Stationsplein werd een overdekt autobusstation (1964) ingericht. Sedert de tachtiger jaren en de elektrificatie van de lijnen doet men pogingen om het station en zijn omgeving een klantvriendelijker karakter te geven. Dendermonde kende tot in de zestiger jaren nog een ander stationsgebouw, dat in diverse publicaties als zeer merkwaardig en ‘pittoresk’ wordt omschreven. Toch diende het de baan te ruimen bij de aanleg van de Noordlaan. Het betrof het station van den lijn ‘Dender en Waas’, gerealiseerd rond 1854-55 op een braakliggend terrein aan de Scheldekaaien, naar een ontwerp van de bekende architect Jean-Pierre Cluysenaar (1811-1880). Ook enkele Dendermondse deelgemeenten hadden hun eigen station, waarbij die te Oudegem, Schoonaaarde en Baasrode-Noord in steen werden opgetrokken; het inmiddels verdwenen station van Oudegem werd opgericht rond 1901. In dezelfde periode kwam het nog bestaande station van Schoonaarde tot stand. Het station van Baasrode dateerde vermoedelijk van 1880, toen hier de lijn naar Puurs en Boom werd aangelegd. Hopelijk krijgen de bestaande  stationsgebouwen  in de toekomst een gepaste onderhoudsbeurt!

laatst gewijzigd: 02 december 2008
Musea

Museumsecretariaat
Zwijvekemuseum, Nijverheidsstraat 1


Tel.  052-21 30 18
E-mail

Open:

ma-vr 9-12 u.
en 13-16 u.

 

Museumsecretariaat is

gesloten op 20 en 21 april, 29 en 30 mei, 9 juni, 11 en 21 juli, 15 augustus 2014