Naar inhoud

Forten

Na 1876 werd gestart met de aanleg van drie vooruitgeschoven batterijen op een afstand van ca. 2000 m voor de omwalling van Dendermonde. Deze batterijen werden officieel aangelegd om de verdwenen lunet in de voorgracht van de Dendermondse vesting te vervangen. In werkelijkheid was het een opging om Dendermonde te omringen met een voorliggende verdedigingsgordel die de stad tegen bombardementen en modernere wapenvoering moest beschermen.

 

Dendermonde verloor na de uitroeping van Antwerpen tot ‘Nationaal Reduit’ in 1859 reeds een deel van haar strategisch belang en werd ze beschouwd als dubbel bruggenhoofd over de Schelde. Later zou ze ook deze functie verliezen aan het Fort Rupelmonde, later Steendorp genoemd, dat tussen 1882 en 1892 werd gebouwd. Vanaf die periode behield men Dendermonde als vesting, maar de nodige aanpassingswerken om de vesting bestand te maken tegen de nieuwe oorlogsvoering bleven achterwege.

 

Technische vernieuwingen zoals de sloop van de te lage stadswallen en de bouw van twee extra batterijen om tot een totaal van vijf redoutes te komen werden niet uitgevoerd. De aanleg van drie vooruitgeschoven batterijen werd wel gerealiseerd.

 

Volgens de ‘Atlas des Bâtiments militaires (1836-1914)’ ging het om drie identieke batterijen die op het grondgebied van de deelgemeente Sint-Gillis-bij-Dendermonde op een gelijkmatige afstand van elkaar werden aangelegd. Zij lagen zeer geïsoleerd gericht naar de frontzijde. Batterij nr.1 was gelegen op het huidige industrieterrein ter hoogte van Hoogveld nr.5, maar is thans verdwenen. Batterij nr.2 en nr.3 bleven bewaard en bevinden zich aan de Winningstraat nr.50 en aan de Fortstraat nr.111-112.

 

Deze zeer indrukwekkende en solitaire constructies liggen in een prachtig domein en gaan volledig in het landschap op. De batterijen beantwoorden nog steeds aan de in de ‘Atlas des bâtiments militaires (1836-1914)’ beschreven opbouw, enkel de functies werden inmiddels gewijzigd. Elke batterij heeft een halfcirkelvormige aanleg, bestaande uiteen aarden wal en een diepe kunstmatige gracht. De wal is uitgewerkt met dwarswallen waarop de kanonnen geplaatst werden. Op een aangelegd eilandje in het midden bevindt zich het eigenlijke hoofdgebouw, bedekt door aarde, dat d.m.v. een ophaalbare brug in verbinding staat met het voorliggende sergeantenwoning. Ten noorden bevond zich ook een poortgebouw buiten de omwalling.

 

Het bakstenen hoofdgebouw heeft een T-vormig grondplan. Parallel aan de breedste zijde van de gracht bevinden zich de aaneengesloten tongewelfde ruimten die aan de zijde van de sergeantenwoning voorzien zijn van de belangrijkste muuropeningen. Het gebouw is symmetrisch opgebouwd rond twee snijdende gangen waarvan de centrale gang, de ‘poterne( uitgeeft op een soort onderaardse dwarsgang achter het hoofdgebouw die het met een achterliggende ‘holtraverse’ verbindt. Deze ‘holtraverse’ bevindt zich in de punt van de batterij en herbergt twee achter elkaar gelegen munitiemagazijnen. Zowel de dwarsgang als de ‘holtraverse’, die enkel via het hoofdgebouw toegankelijk zijn, zijn bedekt met aarde waardoor ze volledig aan het gezichtsveld onttrokken worden.

Het hoofdgebouw telt zeven traveeën en slechts één bouwlaag. De dakconstructie is door de aarden deklaag niet zichtbaar, mogelijk is deze eveneens samengesteld uit meerdere niveaus cfr.de kazemat van Bastion V om de aarden deklaag beter te kunnen dragen.

 

Zoals eerder vermeld is het hoofdgebouw symmetrisch opgebouwd rond twee snijdende gangen waarrond acht ruimtes werden gegroepeerd. De ruimten geven uit op de gangen en de meesten zijn onderling met elkaar verbonden. Ze werden hoofdzakelijk gebruikt als magazijn voor artilleriemateriaal, één werd voorbehouden als portierslokaal. De geïsoleerde ruimte ten westen was ontworpen als poedermagazijn en was daardoor enkel bereikbaar via een extra portaal. Om het poeder droog te kunnen houden was een zeer goede luchtcirculatie vereist. De ruimte werd daarom voorzien van een dubbele muur met extra spouwen en een lage zoldering die extra verlucht werd door een in boogvorm geplaatste rij oculi (cf.voorgevel).

Aan weerszij van het hoofdgebouw is er een schuin geplaatste lagere aanbouw die gebruikt werd als latrine en kolenmagazijn.

 

De zeer strak opgebouwde bakstenen voorgevel is geritmeerd d.m.v. lisenen en getrapte spaarvelden met muuropeningen. De lisenen, voorzien van twee openingen, accentueren de luchtkokers die in de gewelfde zolderingen uitkomen en waarvan de afgeschuinde schouwtjes in de deklaag te zien zijn.

De gevel is voorts verfraaid met een arduinen plint en een betonnen lijst boven een getande baksteenfries.

Centraal bevindt zich de poorttravee met steekboogvormige poort gevat in een bakstenen omlijsting met aanzet- en sluitstenen in blauwe hardsteen. Het bouwjaar ‘L 1880’ (Batterij 2) en ‘L1886’ (Batterij 3) werd in de sluitsteen aangebracht. De houten dubbeldeuren bleven behouden. Elk spaarveld is voorzien van steekboogvormige vensters met metalen persiennes en extra langwerpige verluchtingsgaten.
Musea

Museumsecretariaat
Zwijvekemuseum, Nijverheidsstraat 1


Tel.  052-21 30 18
E-mail

Open:

ma-vr 9-12 u.
en 13-16 u.

 

Museumsecretariaat is

gesloten op 20 en 21 april, 29 en 30 mei, 9 juni, 11 en 21 juli, 15 augustus 2014

Meer weten?