Een nieuw woonzorgcentrum in Baasrode

De bestaande gebouwen van de woonzorgcentra Hof ter Boonwijk in Sint-Gillis-bij-Dendermonde en Sint-Vincentius in Baasrode zijn sterk verouderd en beantwoorden niet meer aan de steeds strenger wordende erkenningsvereisten. Om de erkenningen niet te verliezen is een grondige aanpak van beide woonzorgcentra noodzakelijk. Tijdens de OCMW-raad van 20 mei 2014 werd er geopteerd voor een vervangingsnieuwbouw op de site van Sint-Vincentius waarin beide woonzorgcentra worden gefusioneerd.

In 2014 werd een wedstrijd uitgeschreven voor het aanstellen van een architect, waarna M3 architectuur de opdracht kreeg toegewezen.

Opdracht

Het programma van eisen omvatte in eerste fase het realiseren van een woonzorgcentrum met 126 bedden, waarvan drie grote koppelkamers, zes kamers van het type inleunwoningen en supplementair drie kamers die ook gebruikt kunnen worden door familieleden. Voor de inleunwoningen wordt uitgegaan van koppels die momenteel samenwonen en waarvan één partner zorgafhankelijk is en de andere partner instaat voor de mantelzorg.

Daarnaast werd de architecten gevraagd in een tweede fase 20 assistentiewoningen en een volkstuin met een openbaar karakter te realiseren.

Met dit project willen we bereiken dat alle zorgbehoevende ouderen, en in het bijzonder personen met dementie en fysiek zwaar zorgbehoevende ouderen, kunnen wonen en leven in een aangepaste en een betaalbare woonomgeving omringd door kwaliteitsvolle en aangepaste zorg.

Inrichting en inplanting

Openheid op het terrein is belangrijk om qua schaal binnen een woonomgeving te passen. Daarom voorziet het ontwerp verschillende organische cocons die verspreid op het terrein staan. De cocons worden onderling met elkaar verbonden door middel van beglaasde gangen. Deze gangen behouden een open overzicht over het terrein.

De hoogte van de omringende bebouwing in de Rosstraat bestaat hoofdzakelijk uit twee bouwlagen met een hellend dak. Daarom worden de cocons ook twee bouwlagen hoog gemaakt.  We houden de hoogte beperkt op het terrein, enkel de middelste cocon en het volume met de assistentiewoningen worden drie lagen hoog en sluiten hierdoor aan op het voormalige moederhuis.

Er zijn vier cocons, één voor elk van de vier zorgafdelingen. De ‘dorpsstraat’ vormt de verbinding tussen de verschillende cocons en loopt evenwijdig met de Rosstraat. Het ‘marktplein’ loopt dwars over het terrein en maakt de verbinding tussen de verschillende sociale en gemeenschappelijke functies. De ‘dorpsstraat’ en het ‘marktplein’ kruisen elkaar in de gemeenschappelijke, meer publieke ruimtes centraal op het terrein. De assistentiewoningen en inleunwoningen worden samen gegroepeerd op het terrein tot een ‘wijk’. Dit bevordert de sociale contacten tussen de actievere senioren.

Het tuinontwerp beoogt een geleidelijke integratie van de waterloop op het terrein. De steile taluds langsheen beide zijdes van de Grote Beek achteraan het terrein vormen vandaag een harde breuklijn doorheen het landschap. De steile taluds moeten plaatsmaken voor zachtere glooiingen en plas- en draszones. In de tuin van het woonzorgcentrum wordt eveneens een omvangrijke wadi gerealiseerd. Deze wadi zorgt voor extra waterberging bij regenval en vormt een landschappelijke doortrekking van het plas-dras-oevergeheel op de site.

In het ontwerp wordt de verbinding tussen de wijk Grootveld en de Rosstraat aanzienlijk sterker. Rondom het woonzorgcentrum loopt een brandweg in grasdallen met geïntegreerd wandel- en fietspad. Op regelmatige afstanden zijn rustplaatsen met bankjes voorzien met afwisselende mooie uitzichten over straat, park of water. Het pad sluit aan op het brugje naar de wijk Grootveld.

Er wordt ook ruimte vrijgehouden voor de bewoners om zelf te tuinieren. De inleunwoningen op de gelijkvloerse verdieping hebben een privaat tuintje en aan elke afdeling wordt er een bloemen- en kruidentuin voorzien.

Duurzaamheid

Er wordt expliciet gekozen voor de principes van duurzaam bouwen. In belangrijke mate worden deze principes al gewaarborgd door de vereisten die VIPA oplegt in de duurzaamheidscriteria.

Voor het woonzorgcentrum werd een lage energieconcept uitgewerkt dat in de buurt van een passiefbouw komt. De gebouwschil wordt sterk geïsoleerd en elke cocon krijgt een eigen warmtepomp. Regenwater wordt maximaal gerecupereerd voor toiletspoeling. De daken worden uitgevoerd als groendaken en worden voorzien van zonnepanelen. De gevels van de cocons worden afgewerkt met een lattenwerk in FSC-hout, duurzaam thermisch behandeld en dus onderhoudsvrij.  Om oververhitting te beperken worden waar nodig screens geplaatst.

De belangrijkste troeven van het project zijn openheid, huiselijkheid en efficiënte organisatie.

Er is een openheid naar de omgeving door het openbare karakter van de tuin. Er is ook een open invulling van het terrein met de integratie van groen tussen de cocons. Verder hebben we een open zicht naar de omgeving vanuit de gemeenschappelijke ruimtes en de bewonerskamers. Ten slotte is er ook nog de openheid naar het publiek door het opnemen van publieke functies in de centrale cocon.

Bij het ontwerp van het nieuwe woonzorgcentrum werd er bijzondere aandacht geschonken aan herkenbaarheid en huiselijkheid om de bewoners zo veel mogelijk op hun gemak te stellen.

Een efficiëntere organisatie zorgt voor een optimale exploitatie. Door de fusie wordt de exploitatie efficiënter, waardoor de beschikbare middelen maximaal ingezet kunnen worden ten behoeve van de bewoners. Door de gebogen coconvorm zijn de loopafstanden voor de bewoners en personeel kort en zijn er geen doodlopende gangen. Alle volumes zijn onderling met mekaar verbonden, waardoor een vlotte organisatorische exploitatie mogelijk is.

De plannen van het nieuwe woonzorgcentrum werden in nauw overleg met de directie en het personeel uitgewerkt. Onze multidisciplinaire teams hebben een grote invloed op de kwaliteit van de zorg, het wonen en het (sociale) welzijn van onze bewoners en hun familie. Doorheen het ontwerpproces werden zij daarom herhaaldelijk geraadpleegd. Verschillende instanties werden tevens om advies gevraagd: Inter Vlaanderen, het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, het FAVV, het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid, Polder Vlassenbroek ...

Planning en kostprijs

In december 2017 werd de villa op het aanpalende perceel al afgebroken.

Uiteindelijk werd de omgevingsvergunningsaanvraag ingediend op 18 oktober 2018.

Het college van burgemeester en schepenen plant de vergunningsaanvraag te behandelen op 29 april 2019. Na goedkeuring van de vergunning kan het aanbestedingsdossier gefinaliseerd worden, waarna de procedure voor het aanstellen van de aannemer opgestart kan worden.

In de omgevingsvergunningsaanvraag is op de plaats van het oude moederhuis een gebouw voorzien waarin 16 assistentiewoningen ondergebracht kunnen worden. Het vast bureau heeft op 1 april 2019 beslist dit volume in eerste instantie nog niet te realiseren omwille van budgettaire redenen. Voor het oprichten van dit gebouw zal de stad op zoek gaan naar een externe partner. Er zijn voldoende private spelers op de markt die geïnteresseerd zijn in de realisatie van dit type woningen.

De eerste fase van de uitvoering zou idealiter kunnen starten in het najaar van 2020. Met betrekking tot de exploitatie en vanuit financieel oogpunt dient het woonzorgcentrum steeds haar capaciteit te behouden gedurende de uitvoering. Daarom wordt er gekozen voor een gefaseerd bouwproject waarbij er gedeeltelijk nieuw gebouwd en ingehuisd wordt. In het voorjaar van 2023 zou de laatste fase normaal gezien in gebruik genomen kunnen worden.

Het project (zonder de 16 assistentiewoningen) wordt geraamd op 23.000.000 euro inclusief btw en ereloon en wordt gesubsidieerd door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA). De subsidie bestaat uit een infrastructuurforfait van 5 euro per woongelegenheid per dag. Dit forfait wordt toegekend voor onbepaalde duur en zolang de woongelegenheden blijven voldoen aan de erkenningsvoorwaarden. Jaarlijks bedraagt de subsidie 230.000 euro.

Wie meer wil weten over de plannen kan binnenkort terecht op een doorlopende infomarkt in ldc ’t Plein aan het Dorpsplein en in wzc Sint-Vincentius. De plannen zullen er continu ingekeken kunnen worden.